Vrijwilligersregeling, Vacatiegelden en onkostenvergoedingen door ANBI's

Beloning leden beleidsbepalend orgaan

In de ANBI-regeling is een bepaling opgenomen over de beloning voor de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt. Voor de werkzaamheden die deze leden als zodanig voor de instelling verrichten, mogen ze geen andere beloning ontvangen dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld (artikel 41a, eerste lid, onderdeel e, van de Uitvoeringsregeling IB 2001). Hierna wordt de vraag behandeld voor de beantwoording van de vraag of een vacatievergoeding al dan niet bovenmatig is.

Vacatievergoeding

Vacatiegeld is een vergoeding voor het bijwonen van een vergadering. Het vacatiegeld omvat de vergoeding van alle persoonlijke onkosten die met het voorbereiden en bijwonen van een vergadering samenhangen, zoals eventueel noodzakelijk reis- en verblijfskosten, kosten van het gebruik van privé-telefoon en privé-ict-voorzieningen, e.d. Een vergoeding voor dergelijke kosten moet begrepen worden geacht in het bedrag aan toegekend vacatiegeld. Hiermee wordt mede beoogd de administratieve lasten die samenhangen met de toekenning van het vacatiegeld zowel voor de betrokken dienstonderdelen als voor de betrokken personen te beperken.

Een vacatievergoeding is in ieder geval niet bovenmatig als deze vergoeding niet hoger is dan de vergoeding die is opgenomen in het vacatiegeldenbesluit (Regeling maximumbedragen vacatiegeld 2004). Een hogere beloning is in uitzonderingsgevallen mogelijk en is dus niet per definitie bovenmatig. Bij de beantwoording van de vraag of een hogere vacatievergoeding bovenmatig is, spelen onder andere een rol de aard en omvang van de instelling en de maatschappelijke positie van het lid van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt.

Een (vaste) vergoeding die niet is gericht op het bijwonen van een vergadering en de voorbereiding daarvan, past niet binnen de ANBI-regeling. Daarmee wordt immers geen vacatiegeld verstrekt, maar een bezoldiging voor de door de leden van het beleidsbepalende orgaan als zodanig verrichte andere werkzaamheden. Als de totale vergoeding van de leden van het beleidsbepalende orgaan van de instelling feitelijk niet meer bedraagt dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld, hoeft dit geen belemmering voor toepassing van de ANBI-regeling te zijn. Dat is het geval als de vergoeding is gebaseerd op een vooronderstelde vacatie. Van een vooronderstelde vacatie is sprake als de vergoeding gekoppeld kan worden aan de uren die besteed moeten worden voor het voorbereiden en bijwonen van vergaderingen en bijeenkomsten. Als de op deze wijze herrekende vacatievergoeding niet bovenmatig is en aan de overige voorwaarden is voldaan, kan de instelling worden aangemerkt als ANBI. Een voorbeeld hiervan is de vergoeding aan de leden van de raad van toezicht van academische ziekenhuizen. Die leden ontvangen een zogenoemde tegemoetkoming op grond van de Regeling financiën hoger onderwijs (Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214).Vacatiegelden

Voorzichtigheid is geboden in verband met de eisen van de Belastingdienst voor ANBI's. Vergoedingen mogen niet de vorm van beloningen aannemen. 

Kostenvergoedingen

Indien u vrijwilliger bent bij een anbi kunt u een onkostenvergoeding krijgen. De kostenvergoeding is slechts een vergoeding ontvangt van de kosten die u daadwerkelijk heeft gemaakt. De kostenvergoeding is niet belast voor de loon- of inkomstenbelasting. U kunt bijvoorbeeld een vergoeding krijgen voor de gemaakte reiskosten, of voor de kosten van papier, postzegels en dergelijke.

Als u bijvoorbeeld voor het vrijwilligerswerk reist met uw eigen auto, dan mag de organisatie u een kilometervergoeding geven. Deze vergoeding mag kostendekkend zijn. Voor uw auto is dat de gemiddelde kilometerprijs waarvoor u rijdt. De kilometervergoeding mag dus meer bedragen dan de grens van € 0,19 per kilometer (bedrag 2006) die voor werknemers in loondienst geldt.

Deze regling geldt niet als u ook een vergoeding krijgt voor de werkzaamheden zelf. Bijvoorbeeld op basis van de vrijwilligersregeling.

Aftrek giften bij al dan niet declarabele autokosten

Giften in de vorm van een vergoeding van kosten voor vervoer per auto worden in aanmerking genomen voor een normbedrag per kilometer (artikel 6.36 van de Wet IB 2001). Op basis van deze regeling is aftrek volgens het normbedrag per kilometer mogelijk als de instelling weliswaar een vergoedingsmogelijkheid biedt, maar belastingplichtige afziet van het declareren van de kosten. Giftenaftrek is ook mogelijk als de instelling vanwege de slechte financiële positie geen vergoeding kan geven maar de kosten naar maatschappelijke opvattingen wel vergoed plegen te worden (het arrest van de Hoge Raad van 7 juni 1978, nr. 18 867 (BNB 1978/186)). De door belastingplichtige gemaakte kosten zijn giften voor het in artikel 6.36 van de Wet IB 2001 opgenomen normbedrag.

Vrijwilligersregeling (niet voor bestuurders!)

(Klik hier voor de tekst van de Staatssecretaris van Financien met een uitwerking van de vrijwilligersregelin.) Er is sprake van vrijwilligers(werkzaamheden) indien de eventueel ontvangen vergoeding niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van de verrichte werkzaamheden en het karakter heeft van een kostenvergoeding. Daarnaast mogen de vergoedingen niet hoger zijn dan ten hoogste € 150 per maand en € 1500 per kalenderjaar. Dit geldt alleen voor lichamen die niet onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of om een sportorganisatie. Het mag niet zo zijn dat men het werk bij wijze van beroep verricht. Bij een beloning die aangemerkt kan worden als een marktconforme beloning is geen sprake van vrijwilligerswerk.

De al dan niet marktconforme beloning is voor de Belastingdienst aanleiding geweest om aan die beloning nadere invulling te geven. De Belastingdienst heeft in het kader van de uitvoeringscoördinatie daarop het standpunt ingenomen dat men voor alle vrijwilligers op voorhand ervan uitgaat dat bij een vergoeding van ten hoogste € 4,50 per uur geen sprake is van een marktconforme beloning (dit komt overeen met 80% van het wettelijk minimum uurloon). Voor vrijwilligers onder de 23 geldt € 2,50 per uur.

Het noemen van het uurbedrag van € 4,50 door de Belastingdienst betekent niet dat vrijwilligersorganisaties daardoor een urenadministratie zouden moeten gaan bijhouden. De ervaring leert dat vrijwilligers in verreweg de meeste gevallen geen enkele vergoeding krijgen of dat zij slechts een vergoeding ontvangen voor gedeclareerde kosten. In die gevallen is er dus in ieder geval geen probleem. En indien vrijwilligers wel een afzonderlijke vergoeding voor hun werkzaamheden krijgen, zal er in de meeste situaties vrij snel kunnen worden aangenomen dat sprake is van een niet-marktconforme vergoeding. De meeste vrijwilligers zijn immers zo veel uur met hun activiteiten bezig dat direct duidelijk zal zijn dat geen sprake is van een marktconforme vergoeding. In de situaties dat daaraan wel twijfel kan ontstaan, bijvoorbeeld omdat de organisatie een beloning per uur betaalt, zal men uiteraard ook zelf willen vastleggen aan welke personen bepaalde vergoedingen zijn betaald.

De vrijwilligersorganisatie heeft dus een eigen belang bij een vastlegging van bepaalde gegevens. In de verhouding tot de Belastingdienst gaat het erom dat men desgevraagd aannemelijk kan maken dat de vergoeding niet hoger is dan € 4,50 per uur. Daarbij geldt de zogeheten vrije bewijsleer, dat wil zeggen dat er geen beperkingen gelden met betrekking tot de aard van de bewijsmiddelen. Een urenadministratie is dus niet noodzakelijk. De vrijwilligersorganisatie heeft dan ook geen extra administratieve verplichtingen gekregen op grond van de urennorm.

Afzien van een vrijwilligersvergoeding en giftenaftrek

Vrijwilligers  kunnen in de inkomstenbelasting giftenaftrek claimen voor een vrijwilligersvergoeding waarvan is afgezien. Voorwaarden zijn dat de vrijwilliger aanspraak kan maken op een vergoeding van de ANBI en dit recht in een verklaring is vastgelegd. Voorts geldt als voorwaarden dat de ANBI in staat is de vergoeding uit te keren, maar de vrijwilliger wenst af te zien van deze vergoeding. In dat geval kan die vergoeding waarvan wordt afgezien, worden opgevoerd als aftrekbare gift aan de ANBI zonder dat hier een kasrondje moet worden gemaakt. Ook een vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte kosten waarvan door de vrijwilliger is afgezien, kan worden opgevoerd als aftrekbare gift als het gaat om kosten die naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen behoren te worden vergoed. Dit is ook het geval als de vrijwilliger geen onkostenvergoeding met de ANBI is overeengekomen. Indien de vrijwilliger aftrek claimt voor zowel het afzien van de forfaitaire vergoeding via de vrijwilligersverklaring als ook voor het afzien van werkelijk gemaakte kosten, komt de forfaitaire vergoeding in mindering op de werkelijk gemaakte kosten.

Bron: www.belastingdienst.nl

Let op! Vergoedingen aan vrijwilligers kunnen gevolgen hebben voor de bijstand. Informatie heeft een algemeen karakter. Schenkservice en Stichting GeefGratis aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de juistheid van de gegeven informatie. Wij verzoeken eventuele onjuistheden te melden bij Schenkservice.

schema vrijwilligersregeling. Bron: www.belastingdienst.nl