17 January 2008 |
||
Alle Tweede Kamerfracties hebben zich deze week tijdens een plenair overleg uitgesproken voor een wettelijk bel-me-niet-register. Ook een bepaling over het actief aanbieden van het recht van verzet kan op een ruime kamermeerderheid rekenen. Een groot deel van de Kamer wil het ook mogelijk maken dat nog tijdens een telemarketinggesprek, de consument kan worden ingeschreven in het bel-me-niet-register. De VVD is echter tegen het inschrijven via callcenters en het actief aanbieden van het recht van verzet. Omgekeerd stellen het CDA, de SP en de SGP juist meer aanscherpingen voor. De discussie over het register duurt overigens nog even voort. Gelet op de eenstemmigheid lijkt het echter wel vast te staan dat de beperkingen voor telemarketeers zullen toenemen. Iets wat zeker ook de goede doelen zal raken, waarvan er heel wat voor hun inkomsten mede afhankelijk zijn van telefonische contacten met hun – potentiële – gevers. Nu er vrijwel zeker een overheidsregister aankomt valt het nog te bezien of het uiteindelijke bel-me-niet-register door de Stichting Infofilter gaat worden beheerd. De overheid is n.l. verplicht voor zo’n wettelijk bel-me-niet-register een openbare aanbesteding uit te schrijven. Van de zijde van de Stichting Infofilter reageerde voorzitter Paul Nouwen met het bel-me-niet-register te zullen opblazen, een nogal ferm dreigement tegen een Kamerbreed voornemen. Diana Janssen, directeur van brancheorganisatie DDMA liet ons desgevraagd weten dat officiële standpunten van de bij het Infofilter betrokken organisaties nog moeten worden ingenomen. Uiteraard wacht men daartoe de defintieve plannen van de Staatssecretaris af. Met haar uitspraak "de belangen van de consumenten niet te zullen schaden" lijkt het er op dat het DDMA de besluitvorming van de Tweede Kamer zal respecteren. Blijft de vraag hoe voorzitter Paul Nouwen van het Infofilter het bel-me-niet-register denkt te gaan ‘opblazen’, of dat het bij deze ferme uitspraak blijft en de callcenterbranche, en daarmee ook alle goede doelen en andere wervende non-profitsworden opgezadeld met weer meer beperkingen en daarmee hogere kosten bij de fondsenwerving. De vraag is bovendien wanneer de Haagse regelzucht de volgende zogenaamd ‘storende’, maar wel efficiënte, werfmethodes aan banden gaat leggen. Zoals bijvoorbeeld het al eveneens enige tijd ‘onder vuur liggende’ direct dialogue ofwel face to face (straatwerving en huis-aan-huiswerving door professionele wervers). Ook op deze methode is de nodige kritiek van kritische consumenten, maar ook vanuit de lokale overheden. Ook het CBF, met de nodige burgemeesters in zijn organen, maakt het fondsen die dit inzetten steeds moeilijker, zoals onlangs bij de de Stichting Homeplan. Wellicht dat ISF-voorzitter Peter Helmer als nieuwbakken voorzitter van de Samenwerkende Brancherganisaties (SBF) het initiatief kan nemen om met DDMA nu eens dat te doen waar die brancherganisaties ook voor bedoeld zijn. Namelijk op komen voor de belangen van de organisaties die ze vertegenwoordigen en een krachtige en efficiënte lobby te starten om de Kamerleden ook op de vele en grote nadelen van al deze extra regelgeving te wijzen! Niet alleen voor de werkgelegenheid bij de callcenters, maar ook de lagere inkomsten voor de vele goede doelen en andere non-profits die daardoor steeds lastiger hun doelstelling kunnen realiseren, waardoor veelal juist de minder draagkrachtigen in deze samenleving weer getroffen worden. Ook de kosten van de fondsenwerving dreigen bij voortgaande regelgeving steeds hoger te worden, waardoor het met name voor de kleinere organisaties, de ISF achterban, steeds moeilijker wordt om binnen de CBF kostennorm te blijven of te komen. URL/BRON: |
|
|
« terug naar nieuwsoverzicht | ||